Belangen behartigen van cliënt en personeel

Wim Bénard (voorzitter Centrale Cliëntenraad, CCR) en Joke Verkamman (voorzitter Ondernemingsraad, OR) zetten zich beiden in voor belangenbehartiging binnen KleinGeluk. Zij vertellen over de inhoud en belang van hun werk, wat hen hierbij drijft en blikken alvast kort vooruit.

Wat is jullie persoonlijke motivatie om zitting te hebben in de OR en CCR?

Joke: “Ik vind het erg leuk om mee te denken en te begrijpen waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Dat vind ik dan ook weer mooi om aan personeelsleden uit te leggen. In totaal doe ik dit werk nu al veertien jaar.”
Wim: “Ik ben door de toenmalige voorzitter van de cliëntenraad benaderd. Bij mij zit het een beetje in mijn genen. Ik heb mijn hele leven al aan belangenbehartiging gedaan, in het schoolparlement, op de VU, in de gemeenteraad van Amstelveen, bij de Maatschappij Nijverheid en Handel en bij werkgeversclubs. Afgelopen jaar ben ik ook gouverneur bij Rotary geweest.
Ik vind het leuk om met bredere zaken bezig te zijn dan mijn eigen werk. Daarnaast is het belangrijk dat het gebeurt, lees ik graag stukken erover en denk ik graag mee in het bestuur. In juli, ten tijde van de fusie, had ik de keus om te stoppen of door te gaan. Omdat er verder niemand was, was die keus gauw gemaakt en ben ik dus door gegaan. Dat gaf ook wel een wat ongemakkelijk situatie, aangezien wij toen met een paar mensen de kar alleen moesten trekken. Maar inmiddels hebben we op alle locaties een cliëntenraad.”

Wat is volgens  jullie de kern van belangenbehartiging?

Wim: “Namens de cliënten kijken we mee in de organisatie en denken we na over de veranderingen die voorgesteld worden. We doen voorstellen over zaken die wij van belang achten. Er gelden hier natuurlijk ook wettelijke regels bij. In het overleg met het management en bestuur praten we over zorg in het belang van onze cliënten.”
Joke: “De ondernemingsraad heeft zowel advies- als instemmingsrechten, die voornamelijk over personeelsbeleid en financiële zaken gaan. Verder staat er genoeg op de planning, vooral qua harmonisatie na de fusie. We hebben meerdere taken die we op ons nemen. Het verzuim- en personeelsbeleid, met de hoge werkdruk als onderdeel,  speelt nu een grote rol. Dit geldt vooral voor  oudere werknemers. In het algemeen speelt de vraag hoe je, oudere en jongere, werknemers binnen de organisatie houdt; hoe je hen kunt binden en boeien.”

Hoe wordt hier binnen KleinGeluk vorm aan gegeven?

Wim: “Dat is nog in opbouw, sinds kort zijn alle cliëntenraden geïnstalleerd. Dat betekent dat we met nieuwe mensen werken, die nog moeten wennen aan waar ze voor staan en wat ze gaan doen. We hebben een soort van actieplan / wijkplan dat de komende tijd verder vorm moet krijgen.
Bij aanvang van de fusie, op 1 juli 2018, zijn we met een paar mensen gestart, maar inmiddels hebben we nu  op alle locaties een cliëntenraad. Dus wat dat betreft is er al heel wat in gang gezet.”

Joke: “Maandelijks hebben we een eigen overleg én maandelijks een overleg met de bestuurder Bert Blaauw, waarbij  P&O en de manager Wonen, Welzijn en Zorg ook aansluiten. Mocht het echt nodig zijn, dan kunnen we tussendoor ook altijd aansluiten bij een overleg met de bestuurder.”

Je kunt pas goed voor je cliënten zorgen als je ook goed voor je personeel zorgt

Hoe is de rolverdeling tussen de Centrale Cliëntenraad (CCR) en de lokale raden?

Wim: “We hebben ervoor gepleit om op  alle locaties een cliëntenraad in te voeren. In deze lokale raden praten we over hoe het op de locaties gaat. Daar gaat het echt over de zorg, eten, drinken, wassen etcetera. In de centrale cliëntenraad praten we  met vertegenwoordigers uit alle cliëntenraden over het grotere geheel, zoals: de cijfers, nieuwe plannen, nieuwe indelingen, over wat er in de organisatie gebeurt en de nieuwbouw . Zo nemen wij ook deel aan een klankbordgroep voor de nieuwbouwprojecten.  Dat zijn allemaal zaken waar je invloed op kunt hebben, maar vooral ook inbreng. We denken mee over consequenties van bepaalde acties en altijd vanuit het perspectief van de cliënt en zijn/haar beleving. We betrekken hierbij ook verwanten van de cliënt, want juist de communicatie met de familie  is ook erg belangrijk  In het zorgplan staat ook vermeld dat we hieraan waarde hechten. Dit is zowel van belang voor het  functioneren van medewerkers als voor de organisatie.”

Zijn er zaken die voor de fusie op de agenda stonden, die uiteindelijk niet zijn uitgevoerd?

Joke: “Dit is niet specifiek het geval geweest, maar er zijn wel zaken die uiteindelijk anders zijn uitgevoerd. We hebben natuurlijk al een voortraject doorlopen. Zo zijn we met een fusiecommissie begonnen, met   beide OR-raden erin vertegenwoordigd. Toen zijn we al wel met het fusietraject bezig gegaan en hebben we zaken aangedragen die  overgenomen zijn, waaronder het sociaal plan en  uiteindelijk zijn er ook meer Stadsdeelmanagers gebleven.”

Wim: “Niet zozeer. Die belangen lopen vaak parallel. Als cliëntenraad zeggen we: ‘Je kunt pas goed voor je cliënten zorgen als je ook goed voor je personeel zorgt.’ Hetzelfde geldt voor de financiën, daar kijken we ook goed naar. Dus we hebben eigenlijk heel veel paralellen die we op gelijke manier insteken.“

Hoe kijken jullie vooruit naar de toekomst? Wat zijn de doelen de komende periode?

Wim: “Van belang is dat we inzicht houden in hoe de samenwerking tussen de stadsdelen  vorm gaat krijgen.  Daar hebben we ideeën over, maar dat moet nog goed vorm gaan krijgen binnen de organisatie. Daarnaast is het van belang om in de cliëntenraden onderling van elkaar te weten wat er speelt, zodat je ook gerichter kunt kijken wat belangrijk is. Graag willen we de interactie met cliënten aangaan, zoals bijvoorbeeld via een digitaal platform, waarbij mensen kunnen reageren op diverse zaken.  Hierdoor krijg je tweerichtingsverkeer. We willen namelijk niet alleen vertellen waar we mee bezig zijn, maar tegelijkertijd ook ophalen wat er zoal leeft. Daarnaast willen we ook graag de Stichting Vrienden, waar ik voorzitter van ben,  integreren en promoten.”

Joke: “Vanuit de OR is het voornamelijk een overgangsjaar waarin veel geharmoniseerd moet worden. Momenteel zijn we vooral druk met de evaluatie en de gevolgen ervan voor het personeel en het goed organiseren van de OR. om commissies in te kunnen zetten op personeelsbeleid, financiën en vastgoed.”